Er zijn dingen, die alleen het oppervlak beroeren,
daaronder blijft de ziel gelijk en blinkt,
zoals een vijver waarop blaadren varen,
of als een kinderoog onder verwaaide haren.
Men zingt en luistert hoe het klinkt.Maar er zijn soorten van verdriet,
die iets veranderen aan het lied.
Men wordt bespannen met heel andre snaren
en wie het niet ervoer, die weet het niet.O kindje met je zachte witte vingren
en met de blauwe aadren aan je kleine slaap,
die zich als heilige rivieren slingren.
Slaap mijn kindje, slaap.(uit: M. Vasalis, Gedichten, Vergezichten en gezichten, Van Oorschot, 2002)
Monthly Archives: Juni 2012
Poëzie op woensdag, dl. 23
Zomertaal
Ik draag een jurk van ijs.
Vertraagd roep ik wat zij
roepen. Ik vind de weg,
niet wetend wat ik raak
en welk geluid ik maak.Riemen die ik heb. Schip
schuurt in zand. Droogval.
Vloed over vier weken.Ik let op hun lippen, luister
naar de kleine melodieën
van hun zinnen, spreek hun
taal maar niet de mijne.Winterdag
Mijn zoon was zeven jaar; zijn schaatsen
waren veel te groot. Wij zagen vissen en
een kikker onder ijs, suisden langs riet,
langs elf verzonnen steden, aten bevroren
chocola en zaten op de wal. Wij vonden
in het veen een potscherf. Heel de wereld
lag helder en droog aan onze voeten.(uit: Anna Enquist, Een nieuw afscheid, De Arbeiderspers 1994)
Tuin tussen de buien
Poëzie op woensdag, dl. 22
Nu was ik ze bijna vergeten, de poëzie op woensdag. Het was een drukke dag, maar ik heb mijn to-do-lijstje afgewerkt en kan nu heerlijk ontspannen. Dus ben ik weer eens in ‚Tranströmer‘ gaan lezen, en ik kwam bij de volgende gedachte terecht die genoteerd staat onder ‚Over de Geschiedenis‘:
Conferenties als vliegende eilanden op het punt neer te storten…
Daarna: een lange trillende brug van compromissen.
Daar zal al het verkeer overheen gaan, onder de sterren,
onder de bleke gezichten van de ongeborenen,
de leegte ingeslingerd, anoniem als korrels rijst.
(uit: Tomas Tranströmer, De herinneringen zien mij, Bezige Bij, 2011)








