Wellicht denken jullie zo nu en dan: ‚Wat heeft zij toch altijd met die bibliobussen? Wat is daar nou zo bijzonder aan?‘
Vandaag was weer zo’n busdag en ik had mijn fototoestel mee…
Mei 2000 ben ik in Jerusalem geweest. En in mei 2000 heb ik Yad Vashem bezocht. Voor ieder kind een licht in het donker. De indrukken blijven onvergetelijk.
Ik keek gisteren naar Tegenlicht, althans naar een stukje Tegenlicht en ook dat was geheel en al toevallig.
Bij uitzending gemist staat: ‚2013 moet het jaar van de grote verandering worden. Het jaar van de nieuwe gedachten en vergezichten. Grote, nieuwe denkers en doeners geven hun visie op de toekomst. Met superinvesteerder Jim Rogers.‘
Toen ik inschakelde, hoorde ik een van de grote, nieuwe denkers en doeners vertellen over een wereld van overvloed, overvloed voor iedereen, overvloed aan energie (dank zij zonneenergie), overvloed aan water, goede gezondheidszorg voor iedereen en, als vierde zuil van de nieuwe wereld, een Google smartphone voor iedereen… ook voor de laatste Masaï-krijger op aarde. Iedereen altijd en overal alle informatie van de wereld in zijn broekzak of in handen, iedereen alle kansen en mogelijkheden om zichzelf te ontplooien en zichzelf te onderwijzen. Miljoenen en tig miljoenen Google smartphones inmidden van een Google paradijs…
En vervolgens kwam er een ietwat schuchtere man aan het woord, een wetenschapper, dat kon niet anders, deuren openend naar onderzoeksruimtes waar collega’s wetenschapper net niet op hun plek waren, maar normaal gesproken aan ontzettend ingewikkelde dingen zaten te werken. Hij had weer een andere visie, namelijk die van superintelligente machines, artificial intelligence, machines die vroeger of later, wie kon het zeggen, maar dat ze er kwamen stond als een paal boven water, de wetenschap was al verder dan de rest van de wereld zich voor kon stellen. Op de vraag van een onzichtbare interviewer of hij daar niet ook een beetje bang voor was en of het niet het gevoel van waarde van de mens op menig gebied zou kleineren, antwoordde de wetenschapper, overduidelijk onwennig in dit soort simpele conversatie voor dummies, dat hij a) niet bang was voor de overmacht der machines b) de mens nog steeds waardevolle momenten kon beleven door het genot van een kopje thee (koffie kon volgens mij ook), een wandeling of het ‚aankruipen tegen een geliefd iemand‘ (hij zei dat laatste met een gezichtsuitdrukking alsof hij probeerde een vreemdsoortig insect te imagineren) en c) de mens was er toch er aan gewend dat hij nooit, maar dan ook nooit, mondiaal de beste kon zijn in iets, behalve dan misschien in zijn kleine, beperkte kennis- en familiekring. Dus de wetenschapper ging er vanuit dat de superintelligente machines verder geen veranderingen in het leven van de kleine man teweeg zullen brengen, dus haast onopgemerkt aan hun wereldheerschappij zouden kunnen beginnen.
Allebei verkondigden iets nieuws, een nieuw evangelie, een nieuwe wereld, maar hoezeer ze ook hun best deden, ik kon de schoonheid achter hun woorden niet vinden, ik kon het toekomstige paradijs achter hun visies niet zien. Maar ik was wel blij, blij en opgelucht dat ik al oud genoeg ben om het meeste ervan niet meer mee te maken.
De moderne bibliothecaris noemt zich infomatieprofessional en heeft op zijn minst mediacoach in zijn CV staan. De moderne bibliothecaris beheerst de digitale media, het liefst tot in zijn tenen. De toekomst is digitaal en wij moeten koplopers zijn.
Omdat wij modern zijn doen wij ook aan alles mee wat modern is. We kiezen de beste bibliotheek van het jaar, de beste bibliothecaris van het jaar, het beste project van het jaar, en nu doen wij net als Maurice de Hond ook aan peilingen.
Op Twitter, waar ik me een beetje thuis voel, doet Maurice de Hond het minder goed met zijn peilingen. Ze zijn altijd goed voor een lachertje, voor een scherpe of diepzinnige opmerking, voor een ‚zie je wel, het slaat weer nergens op‘.
De stelling: ‚Wie niet tot in zijn tenen de digitale media beheerst, is niet geschikt als bibliothecaris‘ werd tot nu toe met 18 Eens-stemmen tegenover 7 Oneens-stemmen beantwoord. Dat zijn 25 stemmen bij mekaar dus. Representatief? Ik vrees van niet. En als het dan toch representatief was, wat zouden we daarmee dan doen of wat zouden we ermee kunnen??
Als wij bibliotheekmensen het over onze toekomst hebben hoor ik altijd dat wij onszelf opnieuw moeten definiëren, we moeten transformeren en innoveren, en wij moeten verbinden, de spin in het web zeg maar.
En ik ben het er mee eens. Ik herhaal. Ik ben het er mee eens!
Het punt waarop ik wel een aantal collega’s volstrekt kwijt raak is het punt waarop ‚verbinden‘ het toverwoord is en ‚polariseren‘ het antwoord. Want dat is wat er op dit moment volgens mij gebeurt. Dat is waar peilingen goed voor zijn. Een peiling maakt duidelijk hoeveel aanhangers partij 1 heeft en hoeveel aanhangers partij 2 steunen of partij 3 of 4. De ene groep zet zich af tegenover de ander. De grenzen worden scherp getrokken. Je kiest voor A of B, je bent voor of tegen, je bent in of out, geschikt of ongeschikt.
In plaats van al onze krachten te bundelen forceren we een splitsing.
En terwijl een enorme opdracht op tafel ligt en gelijktijdig een ongekende uitdaging op ons wacht, gunnen wij ons nog even de luxe om in besloten kring verder te werken aan een nieuw profiel van de perfecte bibliothecaris en het inventariseren van uitsluitcriteria.
De alfabetiseringscrisis en het in actie komen tegen laaggeletterdheid vergt een langdurige samenwerking op alle niveaus en tussen alle instanties. Aan het creëren van een geletterde omgeving kan iedereen een bijdrage leveren evenals aan het verbeteren van leesvaardigheid en het verhogen van leesplezier. En daar zijn wij voor. Ook daar zijn bibliotheken voor.
Ik wil hier slechts één zin uit het rapport citeren:
We leven wat dat betreft in een paradox: terwijl het digitale tijdperk almaar meer geletterdheid vereist, blijven miljoen Europeanen van alle leeftijden hopeloos achter.
Laten we daar eerst werk van maken. Omdat de toekomst van iedereen is.